Home / Carambole / Kader

Kader: libre met lijnen op de tafel

Kader is carambole voor spelers die libre zo goed beheersen dat de series te lang worden. De lijnen op het laken dwingen je om de ballen te laten bewegen.

Bij kader verdelen lijnen evenwijdig aan de banden de tafel in vakken. Liggen de twee aanspeelballen in hetzelfde vak, dan mag je daar maar één carambole maken; bij de volgende moet minstens één aanspeelbal het vak verlaten. In een naam als 38/2 geeft het eerste getal de afstand van de lijnen tot de band in centimeters en het tweede in welke stoot een bal het vak uit moet.

Drie caramboleballen, wit, geel en rood, op blauw laken

Wat de getallen betekenen

De naam van een kadervariant bestaat uit twee getallen, gescheiden door een schuine streep.

  • Het eerste getal is de afstand in centimeters van de lijnen tot de band. Bij 38/2 staan de lijnen volgens het KNBB-reglement op 38,3 cm van de banden, waardoor negen vakken ontstaan.
  • Het getal na de streep geeft aan in welke stoot minstens één aanspeelbal het vak moet verlaten. Bij tweestootskader (/2) mag je met beide aanspeelballen in hetzelfde vak één carambole maken; bij de tweede stoot moet er een bal uit. Bij eenstootskader (/1) moet dat meteen.

Omdat er lijnen evenwijdig aan alle vier de banden lopen, ontstaat er een raster van vakken over de tafel.

De varianten

VariantTafelLijnen opBal uit het vak bij
38/2Klein biljart (2,30 x 1,15 m)38,3 cm2e stoot
57/2Klein biljart (2,30 x 1,15 m)57,5 cm2e stoot
47/2Groot biljart (2,84 x 1,42 m)47 cm2e stoot
71/2Groot biljart (2,84 x 1,42 m)71 cm2e stoot

De afstanden zijn niet toevallig gekozen. Op het kleine biljart is 38 cm ongeveer een derde van de breedte en 57 cm ongeveer de helft. Op het grote biljart geldt hetzelfde voor 47 en 71 cm. Hoe verder de lijnen van de band liggen, hoe groter de vakken langs de banden worden. Welke variant in welke klasse wordt gespeeld, staat in het competitiereglement van je district of de KNBB.

Hoe het vak werkt

Neem 38/2 als voorbeeld. Liggen de rode bal en de bal van je tegenstander in hetzelfde vak, dan mag je daar één carambole maken. Bij de volgende carambole moet minstens één van die twee ballen het vak verlaten. Lukt dat niet, dan telt de carambole niet en is je beurt voorbij.

In de praktijk betekent dit dat een kaderspeler steeds vooruit denkt: met de carambole in een vak stuurt hij een bal al zo, dat hij bij de volgende stoot makkelijk over de lijn gaat, zodat de serie door kan gaan. Hoe het reglement omgaat met een bal die precies op een lijn ligt, en of een bal die een vak verlaat en terugkomt weer meetelt, staat uitgewerkt in het KNBB-reglement.

Waarom de lijnen er zijn

In libre kunnen sterke spelers de drie ballen bij elkaar houden en er met kleine stootjes heel lang mee doorgaan, bijvoorbeeld langs een band of in een hoek. Dat levert enorme series op, maar weinig afwisseling. Voor de tegenstander en het publiek is het bovendien lang wachten.

De lijnen breken dat patroon. Omdat de ballen niet onbeperkt in hetzelfde vak mogen blijven, moet een speler ze telkens verplaatsen en opnieuw verzamelen. Dat vraagt veel meer balcontrole en planning dan gewoon libre. Kader wordt daarom gezien als de spelvorm voor spelers met een hoog libre-niveau.

Wat je nodig hebt

  • Een tafel met de juiste lijnen. Die worden met krijt of een dunne lijn op het laken aangebracht. Clubs die kader spelen, hebben daar meestal tafels voor ingericht.
  • Een solide libre-basis. Zonder goede controle over zachte stoten kom je in kader niet ver.
  • Kennis van positiespel, omdat je bij elke carambole al aan de volgende twee denkt.

Bronnen: KNBB, reglementen carambole. Laatst gecontroleerd september 2026.