Home / Biljartwereld / Biljarttermen
Biljarttermen van A tot Z
Moyenne, free ball, push out, kiss. Biljart heeft een eigen taal, deels Nederlands, deels Frans en Engels. Hier staan de belangrijkste termen op een rij.
Deze woordenlijst verklaart de meest gebruikte biljarttermen in één zin per term. Achter elke term staat bij welke spelsoort hij hoort: carambole (C), pool (P), snooker (S) of alle drie.
Woordenlijst
| Term | Spel | Betekenis |
|---|---|---|
| 147 | S | De hoogst mogelijke break zonder fouten van de tegenstander: 15 keer rood met zwart, daarna alle kleuren. |
| Aanstoten | C, P | Beide spelers stoten een bal tegen de verre band en terug; wie het dichtst bij de band eindigt, kiest wie begint. |
| Afstoot | Alle | De eerste stoot van een partij of frame. |
| Ball in hand | P | Na een fout van de tegenstander mag je de speelbal overal op de tafel neerleggen. |
| Band | Alle | De rubberen rand langs de binnenkant van de tafel waar de ballen tegenaan kaatsen. |
| Bandstoten | C | Carambolespel waarbij de speelbal minstens één band moet raken voordat hij de laatste bal raakt. |
| Beurt | Alle | De periode dat een speler aan tafel is, tot hij mist of een fout maakt. |
| Break | P, S | Bij pool de openingsstoot die het rek openbreekt; bij snooker het aantal punten dat je in één beurt scoort. |
| Brug | Alle | De hand waarover of waardoor de keu glijdt, of een losse stok met steun voor ballen die ver weg liggen. |
| Call shot | P | Vooraf aangeven welke bal je in welke pocket speelt. |
| Carambole | C | Een geldig punt waarbij de speelbal beide andere ballen raakt, en ook de naam van het spel zelf. |
| Century | S | Een break van 100 punten of meer. |
| Combinatie | P, S | Een stoot waarbij de speelbal een bal raakt die op zijn beurt een andere bal in een pocket speelt. |
| Deflectie | Alle | Het afwijken van de speelbal van de keulijn als je hem met zijeffect raakt. |
| Doorstoot | Alle | Stoot boven het midden van de speelbal, waardoor die na het raken doorloopt. |
| Dop | Alle | Het harde ringetje aan het eind van de shaft waarop de pomerans zit, ook wel ferrule. |
| Doublet | P, S | Een stoot waarbij de objectbal eerst via een band en daarna in een pocket gaat. |
| Driebanden | C | Carambolespel waarbij de speelbal minstens drie keer een band raakt voordat hij de laatste bal raakt. |
| Effect | Alle | Draaiing die je de speelbal meegeeft door hem buiten het midden te raken. |
| Fout | Alle | Een overtreding van de regels, waarna de beurt overgaat en de tegenstander soms punten of ball in hand krijgt. |
| Frame | S | Eén spel snooker, van de afstoot tot de laatste bal of een opgave. |
| Free ball | S | Na een fout waarbij je gesnookerd achterblijft, mag je een andere bal aanwijzen als vervanger van de bal die je moet spelen. |
| Groot biljart | C | Het matchbiljart met een speelveld van 2,84 bij 1,42 meter. |
| Kader | C | Carambolespel waarbij lijnen het speelveld in vakken verdelen en je in één vak maar een beperkt aantal caramboles mag maken. |
| Keu | Alle | De stok waarmee je de speelbal stoot. |
| Kick | P | Een stoot waarbij de speelbal eerst een band raakt en daarna de objectbal. |
| Kiss | Alle | Een aanraking tussen twee ballen, vaak onbedoeld en met een ongewenste afloop. |
| Klein biljart | C | Het carambolebiljart met een speelveld van 2,30 bij 1,15 meter, de gewone maat in Nederlandse cafés en clubs. |
| Laken | Alle | De wollen stof waarmee het speelveld en de banden zijn bekleed. |
| Leisteen | Alle | Natuursteen waarvan de speelplaat van een goede tafel is gemaakt, omdat het vlak blijft. |
| Libre | C | De eenvoudigste carambolevariant: elke carambole telt, zonder extra voorwaarden. |
| Massé | Alle | Een stoot met een steil geheven keu, waardoor de speelbal een sterk gebogen baan krijgt. |
| Miss | S | Een fout waarbij de scheidsrechter oordeelt dat je geen goede poging deed om de juiste bal te raken; de tegenstander mag de ballen laten terugleggen. |
| Moyenne | C | Het gemiddeld aantal caramboles per beurt: caramboles gedeeld door beurten. |
| Objectbal | P, S | De bal die je met de speelbal wilt raken of in een pocket wilt spelen. |
| P, S | Een van de zes gaten in de tafel waarin de ballen gespeeld worden. | |
| Pomerans | Alle | Het leren dopje op de punt van de keu. |
| Positiespel | Alle | De speelbal zo spelen dat hij goed ligt voor de volgende stoot. |
| Potten | S | Een bal in een pocket spelen. |
| Push out | P | Bij 9-ball en 10-ball een stoot direct na de break waarbij de gewone raakregels niet gelden en de tegenstander kiest of hij de positie overneemt. |
| Rek | P, S | De driehoek of ruit waarmee je de ballen opzet, en bij pool ook de opgezette ballen of één spel. |
| Rest | S | Een stok met een kruis of haak waarop je de keu laat rusten als je de speelbal niet met de hand kunt bereiken. |
| Safety | P, S | Een verdedigende stoot die de tegenstander een moeilijke positie geeft. |
| Scratch | P | De speelbal belandt in een pocket, wat een fout is. |
| Serie | C | Het aantal caramboles dat je achter elkaar maakt in één beurt. |
| Snooker | S | Een positie waarin een andere bal de rechte lijn van de speelbal naar de te spelen bal blokkeert, en ook de naam van het spel. |
| Speelbal | Alle | De bal die je met de keu raakt; bij pool en snooker de witte bal. |
| Spin | S | Een rest die hoger staat, zodat je over een bal heen kunt spelen. |
| Stopstoot | Alle | Een stoot waarbij de speelbal na het raken van de objectbal stil blijft liggen. |
| Trekstoot | Alle | Een stoot onder het midden, waardoor de speelbal na het raken terugkomt. |
| Verlengstuk | S | Een los stuk dat je aan de achterkant van de keu zet om verder te reiken. |
Nog meer uitleg
Veel van deze termen komen terug in de uitleg per spelsoort. Lees bijvoorbeeld wat een free ball en een miss precies inhouden, hoe je het moyenne berekent of hoe effect werkt.
Bronnen: KNBB, reglementen carambole; World Pool-Billiard Association (WPA), World Standardized Rules; WPBSA, Official Rules of the Games of Snooker and English Billiards. Laatst gecontroleerd september 2026.